Verstandelijke ontwikkeling

Voor de verstandelijke ontwikkeling is het belangrijk dat het kind veel ervaringen opdoet. Ervaringen met zoveel mogelijk verschillende zintuigen stimuleren de verstandelijke ontwikkeling. Hoe meer ervaringen het kind heeft des te meer mentale beelden hij verwerft. Daarom geven wij op het dagverblijf de kinderen ook zoveel mogelijk de ruimte om allerlei ervaringen op te doen in het spelen en in het omgaan met anderen. Er zijn hiervoor verschillende spelmaterialen aanwezig en de medewerkers stimuleren de kinderen om hiermee te spelen en te ontdekken. Deze ervaringen koppelen we aan taal: het benoemen wat je doet, ziet of voelt in de dagelijkse omgang, tijdens het verschonen, bij spelletjes enz. Dit wordt steeds afgestemd op de ontwikkeling en de belevingswereld van elk kind. Daarnaast is voorlezen een vast onderdeel in het dagprogramma.

Binnen onze opvang hechten wij veel belang aan de individuele ontwikkeling van het kind. De kinderen tussen de 0 en 4 jaar zijn in eerste instantie op zichzelf gericht. Ze hebben steun nodig om zich bewust te worden van hun eigen “ik”. Er wordt door de medewerkers de tijd genomen om in te gaan op individuele behoeftes van kinderen zodat ze de ervaring krijgen dat er gereageerd wordt op hun gedragingen en daarmee de positieve dan wel negatieve signalen die zij zelf geven.

De mens heeft het vermogen om na te denken over zichzelf, over anderen en de omgeving. Door het eigen gedrag en de gevolgen die dit heeft leert hij de wereld beter te begrijpen. Op grond van wat hij al weet en heeft meegemaakt kan hij ook gaan nadenken over nieuwe dingen, zelfs als hij die niet direct ziet, hoort of voelt. Door telkens de nieuw aangeleerde dingen in verband te brengen met de oude, leert de mens en wordt de kennis en het inzicht steeds groter.

Om na te kunnen denken over allerlei zaken is het nodig om er een voorstelling van het hebben in de hersenen, een zogenaamd ‘mentaal beeld’. Een mentaal beeld kan worden beschouwd als een boek dat je kunt opslaan, iets in op kan zoeken en weer wegleggen. Deze beelden doe je op door ervaring. Als zo’n beeld eenmaal in je hoofd zit kun je je op die manier iets voor de geest halen, wat niet direct aanwezig hoeft te zijn. Bijvoorbeeld de herinnering aan een gebeurtenis van lang geleden, of het beeld van hoe de supermarkt er van binnen uit ziet.

Mentale beelden vormen de bouwstenen voor de verstandelijke ontwikkeling. De beelden kunnen worden gecombineerd, aangevuld of omgewisseld (het nadenken) waardoor gaandeweg een bouwwerk ontstaat (kennis en inzicht). Door op deze manier kennis ‘op te bouwen’ komen wij steeds meer van de wereld om ons heen te weten en leren wij alles begrijpen.

Een pasgeboren baby kan dit allemaal nog niet. Hij heeft nog geen mentale beelden in het hoofd, alleen maar reflexen, zoals het zuigen, huilen en met de beentjes trappelen. De hersenen zijn ook nog niet helemaal volgroeid bij de geboorte, waardoor de baby nog lang niet alles kan. Het hele proces van leren en nadenken komt echter al direct na de geboorte op gang. De reflexen, die eerst nog willekeurig zijn, worden steeds selectiever en nauwkeuriger. De medewerkers in het dagverblijf maken hiervan gebruik door bijvoorbeeld bij moeilijk wennende baby’s een kledingstuk van de moeder (dat naar de moeder ruikt) in het bedje te leggen.

Baby’s leren het meest van het effect dat hun eigen gedrag heeft op de omgeving. Ze hebben bijvoorbeeld vaak snel in de gaten dat ze, telkens als ze huilen, worden opgepakt en geknuffeld. Het gevolg kan zijn dat ze gaan huilen als ze geknuffeld willen worden. Op die manier worden reflexen langzaam bewust gedrag en leren kinderen hoe hun omgeving in elkaar steekt en hoe zij die kunnen beïnvloeden. Door alle ervaringen die het kind opdoet verliest het gedrag geleidelijk aan het toevallige en wordt het gestuurd en doelgericht.

De ontwikkeling van motoriek en verstand houden elkaar op gang bij jonge kinderen. Door dingen te doen en te kijken wat daarvan het gevolg is, leert een jong kind de omgeving te begrijpen en beïnvloeden.

De eerste levensjaren kunnen kinderen eigenlijk alleen nog maar over dingen nadenken als deze in de buurt zijn. Zodra iets uit het zicht is verdwenen is een baby direct weer vergeten dat het bestaat. Het jonge kind maakt nog gebruik van zijn zintuigen om iets te leren: horen, zien, voelen, ruiken en proeven.
Na ongeveer een jaar zijn de hersenen zo goed ontwikkeld en worden de mentale beelden zo duidelijk, dat deze los komen te staan van de omgeving en van het eigen gedrag. Dat kun je bijvoorbeeld merken als een kind op zoek gaat naar iets of iemand. Kennelijk zit er in het hoofd dan een vast beeld van datgene waarnaar het kind op zoek is.

In deze periode kunnen personen en voorwerpen namen krijgen en gaat het kind zijn eerste woorden spreken. De ontwikkeling van de taal heeft grote invloed op de ontwikkeling van het denken. Als het kind ouder wordt en meer woorden tot zijn beschikking krijgt, worden andere denkhandelingen mogelijk: het bewust nadenken in woorden en dit ook naar anderen uitspreken. Sommigen gaan er zelfs van uit dat je niet bewust kunt nadenken als je geen taal gebruikt! Het kind leert om ervaringen, gedachten en mentale beelden om te zetten in woorden, waarmee het makkelijk en snel kan werken. De rol die taal heeft wordt hieronder nader beschreven.

In de loop van de volgende jaren leren kinderen steeds ingewikkelder combinaties te maken van bestaande kennis en nieuwe ervaringen. Het leren gaat het hele leven door, de mens is ‘nooit te oud om te leren’.

Hij is helemaal weg van Snoopy

Wij brengen ons zoontje nu ruim een jaar naar Snoopy.

Google review, René Jurgens

Themamaand

Afgelopen maand hebben wij gewerkt rond het thema wilde dieren. Er werden leuke boeken [...]

Hitteprotocol

Met dit warme weer is ons hitteprotocol van kracht. Dit betekent dat wij een [...]